Verslag van Sjeng Senden:
De Mei-club werd opgericht rond de dertiger jaren door d'r
Fer (een Duitser die bij Lemlijn als knecht werkte) in het huis Heynen
("bie de Mathiel'), waar de meeste jongelui iedere avond na het werk bijeen
kwamen. De eerste jaren werd de den 's nachts in het bos van Altembroeck gestolen
en op de schouders naar Mheer gedragen, waar hij voor het huidige café "in de Smidse"
geplant werd. Naderhand is met de boswachter van Altembroeck een regeling getroffen,
dat de den gratis onder zijn leiding gekapt werd. Toen kwam het idee om de den ook,
zoals in Banholt en Noorbeek, met paard en wagen te halen. Iedereen kon meegaan, gehuwd
of ongehuwd. De wagen werd jarenlang bij Castermans op Snauwenberg geleend. Door degenen
die meegingen werd fl. 2,50 bij elkaar gelegd. De den werd op Snauwenberg geladen en
men trok Voerenberg af naar Voeren op d'r Pley, café Belboom en door Voeren naar
g'n Vitsje, café "bie de roej a gene buro", en zo naar boswachter Math. Spits waar
halt werd gehouden om hem te bedanken en iets aan te bieden. In Mheer aangekomen werd
een tocht door het dorp gemaakt, tot aan d'r put in Boven-Mheer en dan terug naar
Onder-Mheer, waar de den met vereende krachten, gehuwd en ongehuwd, werd geplant. Daar
werden de laatste centen die in de pot waren opgemaakt, want de Mei-club was maar
een eendags-vereniging. Daarna werd er feest gevierd bij "de Truy i gen Smid" en
dat duurde tot elf uur 's avonds, want dan moesten de cafés sluiten.
Over de beginjaren van de Mei-Den bestaat nog een leuke anekdote:
Een keer werd de den door die van Terhorst 's nachts gestolen, en zondag 's morgens werd
met enkelen naar Terhorst getrokken. De den werd zonder slag of stoot weer terug gehaald.
Wel is er toen lange tijd "i gen sjmid" 's nachts gepost en het gerucht deed de ronde dat
er iemand met een revolver bij was.
Toen d'r Fer met de noorderzon vertrok (rond 1936,
waarschijnlijk in verband met mobilisatie) nam met ieders instemming Leyke Sneepers
"va gene beerg" de leiding op zich. Bij zijn trouwen droeg hij deze overaan Sjeng Senden,
die op zijn beurt bij zijn huwelijk (4 april 1951) de organisatie overdroeg aan de jonkheid.
Vanaf dat moment werd de den gehaald door de ongehuwden en geplant door de gehuwden.