Dennekar:

 

De Jonkheid heeft niet altijd een eigen dennekar gehad om de Mei-den mee te halen. In onderstaande tekst staat beschreven hoe de Jonkheid aan haar eigen dennekar is gekomen.

Het verhaal van de dennekar

Na enige jaren de Mei-Den naar Mheer gedragen te hebben, besloot de Mei-club op een gegeven moment om voor het vervoer van de den, paard en wagen te gebruiken. Jarenlang heeft de Mei-club en later de Jonkheid een oogstwagen bij Castermans geleend. Later werd deze kar opgekocht maar door de slechte staat waarin deze verkeerde heeft hij niet lang dienst gedaan.
Vanaf 1965 heeft de Jonkheid de dennekar van Banholt gehuurd. Omdat deze kar herhaaldelijk mankementen begon te vertonen moest een beroep worden gedaan op de Jonkheid van Noorbeek om hun dennekar te mogen gebruiken. Om in de toekomst van deze moeilijkheden gespaard te zullen blijven werd het idee geopperd om een eigen dennekar aan te schaffen.
Reeds in 1976 had het toenmalige bestuur een oude oogstwagen opgekocht maar van opknappen was nooit iets gekomen. Het bestuur van 1983 besloot om deze wagen eens goed te bekijken of hier nog iets mee te doen was. Er bleek zoveel aan vernieuwd te moeten worden dat besloten werd om uit te kijken naar een andere oogstwagen. In januari 1984 gingen enkele bestuursleden kijken in het "Grueles museum" in Gronsveld om een idee te krijgen hoe zo'n wagen in elkaar zat.

In Februari werden, na de dennekar van Banholt eens goed bekeken te hebben, de assen van de oude oogstwagen in elkaar gezet en gekeken wat er ongeveer nodig was aan nieuw hout.
Bij terugkomst van een bestuurslid uit Brabant werd in de buurt van Valkenswaard zijn aandacht getrokken door enkele oude oogstwagens. Twee bestuursleden zijn enkele dagen later naar Valkenswaard gereisd om deze oogstwagens te bekijken. Bij hun thuiskomst werd nog diezelfde avond door het voltallige bestuur besloten dat één van die oogstwagens zou worden gekocht. Op dinsdag 27 maart reisden 2 bestuursleden naar Valkenswaard om de oogstwagen te kopen en rond 23.00 uur was de wagen in het bezit van de Jonkheid en werd hij bij Nicola Dobbelstein gestald.
Na de september-kermis ging het bestuur aan de slag met het opknappen van de oogstwagen. Edoch, waar te beginnen? De bestuursleden waren allen van goeden wille, maar dat was niet voldoende om een hoopje hout rustend op vier gammele wielen in een stevige dennekar te doen veranderen.


Oude en nieuwe vervangen onderdelen van de dennekar
zijn duidelijk zichtbaar.


Gelukkig kwam er hulp van een bekwaam vakman, Sjeng Berndsen genaamd. Sjeng kwam op een avond de oude wagen eens bekijken en beloofde zijn vakmanschap in dienst te stellen van de Jonkheid. Onder Sjengs leiding werd in de schuur van de familie Lemlijn in de Steeg met het immense karwei begonnen. Eerst werd het oude gevaarte helemaal uit elkaar gehaald, waarbij de constructie van het onderstel in tekening werd gebracht. Het hout van de wagen was rot of zwak en kon niet meer gebruikt worden. Allereerst moest er dus gedroogd hout gekocht worden, dat waarachtig niet voor een stuiver te krijgen was. Het smeedwerk moest eveneens vernieuwd worden, en dat was evenmin een sinecure. Maar gelukkig kon de Jonkheid met het geld dat zij door middel van allerlei acties in kas had gekregen, al deze uitgaven dekken.
Vele avonden moest er gepast en gemeten worden, vooraleer hamer en zaag eraan te pas konden komen. Het onderstel was natuurlijk het meest delicate gedeelte van de constructie, daar dit immers ooit het gewicht van de Mei-Den moest kunnen dragen. De ijzeren assen van de oude oogstwagen waren nog bruikbaar, doch de wielen moesten geheel vernieuwd worden. Dit betekende dat er nieuwe ijzeren banden omheen gelegd moesten worden, een karwei dat met veel genoegen door smid Boon uit St. Geertruid geklaard werd. Na de wielen kwam de molen aan de beurt; deze moest deels uit oude en deels uit vernieuwde onderdelen in elkaar gezet worden, hetgeen heel wat hoofdbrekens met zich meebracht. Vervolgens moesten nieuwe draagbalken aangebracht worden, die voor- en achterstuk weer met elkaar verbonden.
Zo werd er avond na avond gearbeid in de Steeg. In de schuur heerste een waar klimaat van geestdrift en blakende ijver. En al waren er perioden dat het werk niet zo wilde vlot- ten, nooit werd het plan om de nieuwe dennekar te bouwen, vermaledijd!

De lente had reeds zijn intrede gedaan, toen men het remsysteem ter hand nam. Urenlang werd overlegd hoe de rem het beste bevestigd kon worden - men ging voorwaar niet lichtzinnig te werk - en uiteindelijk dacht men een zeer vernuftig systeem uit. Met één handeling kon op beide achterwielen evenveel druk gezet worden, zodat de Limburgse heuvels met een gerust hart genomen konden worden.
Met het plaatsen van de bokken kwam het einde van de onderneming in zicht. Daarna nog een sterke trekbalk zoeken, het originele siersmeedwerk weer aanbrengen en natuurlijk moest de verfkwast er ook nog aan te pas komen. De wielen werden met oranje menie geverfd en het houtwerk kreeg een mooie donkergroene tint.
Zo kon er op de laatste vrijdagavond vóór het halen van de Mei-Den een proefrit gemaakt worden door het dorp. Hiermee kwam een einde aan deze grootse onderneming, waarmee de Mheerder Jonkheid haar edelste streven had verwezenlijkt: Mheer had weer een eigen dennekar!


De nieuwe dennekar op de foto met het bestuur en Sjeng Berndsen.


Op zaterdag 4 mei 1985, voor het vertrek richting Bovenste Bos in Epen, werd de dennekar door Pastoor Gijselaers ingezegend en een behouden vaart toegewenst.



Pastoor Geijselaers zegende de dennekar in voor het eerste vertrek.


Dat het werk op vakkundige wijze is geschied bewijst dat de mei-den nu al vele malen is vervoerd met de nieuwe dennekar (ook op de Floriade !). Deze dennekar heeft dus al een hele geschiedenis achter de rug. Behalve dat de kar overigens wordt ingezet bij het mei-den halen is de kar ook bijna elk jaar te bewonderen op de "Old Tractor Day" in 's Gravenvoeren.